Ben Hogan hield ervan om zijn oefenrondes te spelen zonder te putten. Hij gaf zichzelf punten voor het op de fairway en green slaan van de bal om vervolgens zijn bal op te pakken en naar de volgende tee te lopen. Zijn redenering was – iedereen kan een putt van 1.80 meter maken, maar alleen een zeer begaafde speler kan consistent kwalitatieve slagen met zijn ijzers produceren die binnen birdie bereik eindigen.
Hij geloofde dat de nadruk teveel werd gelegd op het putten en hij respecteerde de golfprofessionals dan ook nauwelijks die hun geld verdienden door overal vandaan putts te holen. Hij heeft zelfs eens tegen Billy Casper gezegd dat als hij niet zo goed kon putten, hij hot dogs zou moeten gaan verkopen voor de kost. Dat was ongetwijfeld na een van Billy Casper’s legendarische puttdagen, waarbij hij Hogan waarschijnlijk met 1 of 2 slagen versloeg. Putten is met recht de grote equalizer. Doorgaan >>





